Mad Mel martelt Maya's
door Bart-René Thiel
Na het zien van 'Apocalypto' ga je je zorgen maken over de geestelijke gezondheid van regisseur Mel Gibson. Zijn extreem gewelddadige vierde film doet de martelpraktijken die hij Jezus liet ondergaan in 'The Passion of the Christ' verbleken.
Voor je goed en wel in je stoel zit, krijg je een massaslachting van mannen, vrouwen en kinderen voor je kiezen om vervolgens bijna tweeënhalf uur ondergedompeld te worden in bruut geweld dat met sadistisch genoegen gepleegd én getoond wordt. Ten grondslag aan deze überhorror ligt desondanks een interessante gedachte: een grote beschaving wordt niet veroverd, voordat hij zichzelf van binnenuit heeft vernietigd.
Ziekelijk
De beschaving in kwestie is de Maya-cultuur die heer en meester waren van een groot deel van Latijns-Amerika, van ongeveer 500 voor Chr. tot de zestiende eeuw toen de Spaanse veroveringslegers voet aan wal zetten. De hoge cultuur van de Maya's valt te vergelijken met die van de Egyptenaren. Net als zij schreven ook de Maya's in hiërogliefen en bouwden ze gigantische tempels om hun goden te aanbidden.
Hoewel hij aan de oppervlakte zijn best doet om het verhaal zo getrouw mogelijk te vertellen - met prachtige sets en het gebruik van de authentieke taal - heeft Gibson voor dit alles weinig oog. In plaats daarvan laat hij net als bij als 'Passion' elk gevoel voor nuance varen om een cartooneske allegorie tussen goed en kwaad te vertellen. Hij concentreert zich louter met een ziekelijk genoegen op de lijdensweg die de hoofdpersoon Jaguar Paw moet ondergaan en heeft hij weinig oog voor de rijke cultuur.
Stevig potje horror
Deze jonge krijger maakt deel uit van een vredelievende stam die plots overvallen wordt door een roversbende. Zij steken het dorp in de fik, vermoorden verschillende inwoners (onder wie wie Paws vader) en nemen de overlevenden mee naar de Midden-Amerikaanse versie van Sodom en Gomorra, waar ze als menselijk offer dienen om de aanhoudende misoogst en de vele plagen die de stad teisteren een halt toe te roepen. Paw heeft tijdens de inval zijn zwangere vrouw en kind noodgedwongen in een diepe put gestopt en met het naderende regenseizoen is die plek allesbehalve veilig. Het is hem er alles aan gelegen om zo snel mogelijk terug te keren, voordat zijn gezin verzuipt.
Eerst maakt Gibson eerst ruim baan voor een stevig potje horror. Paw en zijn stamgenoten dienen zogezegd als offer en Gibson laat deze kans niet aan zich voorbij gaan om te laten zien dat de Maya's niet van half werk hielden. In uitvoerige close-ups krijgt de kijker meerdere malen het ritueel voorgeschoteld: eerst worden de mannen Smurfenblauw geschilderd, dan moeten ze een lange tocht naar de top van de tempel afleggen om te eindigen op een tafel waar eerst hun hart uitgesneden wordt en vervolgens hun hoofd afgehakt. Gibsons morbide gevoel voor humor komt naar boven wanneer hij de hoofden als ware stuiterballen naar beneden laat vallen.
Wanneer Jaguar Paw uit deze benarde situatie weet te ontsnappen, schakelt Gibson qua geweld en gore nog een tandje hoger. Helaas ben je op dat moment al zo murw geslagen, dat de ingezette achtervolging onbedoeld grappig is. Als een roadrunner in een Looney Tune cartoon rent onze held door het oerwoud en maakt hij met zijn kennis van de jungle zijn belagers één voor één een kopje kleiner.

LinkBack URL
About LinkBacks
Voor je goed en wel in je stoel zit, krijg je een massaslachting van mannen, vrouwen en kinderen voor je kiezen om vervolgens bijna tweeënhalf uur ondergedompeld te worden in bruut geweld dat met sadistisch genoegen gepleegd én getoond wordt. Ten grondslag aan deze überhorror ligt desondanks een interessante gedachte: een grote beschaving wordt niet veroverd, voordat hij zichzelf van binnenuit heeft vernietigd.

